Zwijgen en eten

 
Ik slaap in vrieskou met het raam open en sleur overdag vier snotterzakdoeken mee. Om kwart voor zeven droomt de zon nog, de aarde snurkt, alles zwijgt. Wakker worden vind ik het leukste wat er is. Zo voor het leven echt van start gaat, fluistert de wereld: "Goeiemorgen, Kristien."
 
Soms wandel ik naar het water, of helemaal nergens naar, of staar ik naar het plafond en uit het raam. Den Boudewijn ligt gelukkig niet aan de Overpoort. Rechts in mijn gezichtsveld rijdt een vroege trein, links hokken de kippen van de Farmaceutica. Ik bibber, de lappendeken vouw ik tot achter mijn oren. Ik maakte soms de fout niet stil te willen zijn. Muziek riep om gespeeld te worden, taken dansten in mijn hoofd en Meredith Grey huilde wekelijks wel eens het halve ziekenhuis bij elkaar. Vandaag mag hoogstens de radio op, Radio 1. Of Klara, als klassiek die ochtend mooi is.
 
Na vijf minuten schommelstoel slof ik naar de kraan. Aan mijn voeten strelen poezenpantoffels. Die kocht ik na een val van de trap, anderhalf jaar geleden, met blauwe benen, een gekneusde ruggenwervel en een handbeentje in twee. Uit mijn beker drink ik water, het systeem ontwaakt. Ik hoef er voor niemand charmant uit te zien.
 
De Flow van deze maand ligt op de keukentafel. Ik bereid er havermout. Bessen, kokos, dadels, rijstmelk, want veganisme maakt me blij. Het lichaam was ooit de vijand, maar nu fluiten straks de vogels en ik fluit gewoon gelukkig mee. Wanneer de microgolf een piepje tsjilpt, staan stilaan de andere studenten op. Hun dag begint, voor sommigen met katerkop, die van mij is al lang bezig. Zo nu en dan komt de wind op bezoek, ik voel me reusachtig in leven.
 
 
Back to Top