Bikesharing

 
Iedereen kent zetelsurfen. Het concept is eenvoudig: mensen van over heel de wereld kunnen op de sofa crashen van andere mensen op die hele wereld. Da's knap, want het zet aan tot een meer unieke reiservaring. Alles kan gedeeld worden, van zetels over maaltijden tot auto's, met Cambio bijvoorbeeld. En dus ook fietsen.
 
Er bestaat, couchsurfgewijs, een plek op het wewewe waar je je tweewieler kan uitlenen aan mensen op doorreis. Denk aan citytrippers, zakenmensen, maar ook echte globetrotters. "Because travelling and cycling go hand in hand, even when you don't have your own bike with you." Groen reizen wordt zo nog een tikkie leuker.
 
Hoe werkt het? Om te kunnen fietsdelen heb je een account nodig. Dat gaat eenvoudig via de website. Je kan zelf een fiets te leen aanbieden en/of zoeken naar eentje op locatie, op type (dames- of herenmodel, mountainbike, kinderfiets, tandems...), op eigenaar. Er is zelfs een zoekfunctie "can spend time".
  
Het project is bij het breed publiek nog niet zo bekend, maar dat hoeft geen excuus te zijn. Verspreid de boodschap en word gewoon virtueel vriendjes met andere stalenrosberijders. Ik heb er alvast eentje in Gent en Mechelen staan.
 
Je vindt het op www.bike-sharing.org.

Breiwerken

 
Ik heb een topdrievriendin die van bollen wol sjaals en sokken tovert. Ik ken er nog, maar zij is de allerstoerste, allerfijnste, allerzachtste, allerkleinste, alleraardigste priemenkunstenaar van de hele wereld. Wanneer ik op bezoek kom, eindigt de avond soms in de zetel. Handwerkend, met mooie platen op de achtergrond. En toen leerde ze mij breien.
 
Nu pruts ik dagelijks aan een blauwe probeerkous. Die lijkt voorlopig nog meer op een babymuts. Of een giraf, als je het hele breiwerk omdraait. Ik brei onderweg, als het regent en ramen mogen openstaan, op lenteretraite, in de tuin. Ik laat soms steken vallen, kleine steken, grote steken. Maar ik pruts verder, en elke dag word ik een beetje beter en een beetje rustiger.
 
Myriam, Marie-José en Annette vinden mij bewonderenswaardig. Ze zijn rimpelende dames, de een al wat meer dan de ander, en ze herinneren zich een oude tijd op de schoolbanken. "Met vier priemen meiske, dat is nog geleden van bij zuster Agnes! Ik ben dat al allemaal vergeten. Ons moe vond het pertang belangrijk, voor later. Elke avond moesten wij oefenen, in de fauteuil naast mekaar, minstens een kwartier terwijl ons vader de krant las. Als we flink waren, kregen wij een caramelleke, van Joske van 't winkeltje, en soms ook een roze spek."
  
Zondag oefenden we samen verder, de vriendin en ik, in de schaduw op een strand aan de Oosterschelde. En we kwebbelden de namiddag rond over gewichtige en grappige dingen. Ik wisselde rechts met averechts en zongedroogde tranen. We ademden. Zij zwom. Breien brengt meer dan draden wol bijeen.

Duivenpaartijd

 
Helemaal naar de derde verdieping vloog ze, Dikke Dollie. Het was namiddag en we lazen foute tijdschriften, buiten regenden de wolken. Ze had een grijze kleur met een bruine glans. Om half vier zouden we de dag bespreken in het zaaltje tegenover waar we op dat moment in de zetels ploften.
 
Het leek wel of ze met een boodschap kwam, want twee dagen nadien streek Dollie weer neer op de vensterbank. Ze tikte tegen de ruit en trippelde over de reling, zachtjes, alsof ze tegelijk niet en eigenlijk wel wilde storen. 's Namiddags kwamen mijn vrienden langs.
 
Misschien is het duivenpaartijd. Ergens over de Dijle woont een dame met een bloempot op twee hoog. Elke ochtend opent ze het schuifraam, giet ze de planten, leest ze de krant en drinkt ze koffie, of thee want dat laatste kan ik natuurlijk niet zien. Het vrouwtje was vandaag alweer naar binnen, maar daar op de rand zat een tweede duif, groter en mannelijker dan de onze.
 
Hij fladderde eerst wat rond, voor en over de rivier. Dan, alsof hij toch echt besloten had, helemaal naar onze derde verdieping. Dollies vrijer landde naast haar op de reling. Ze begroetten elkaar kortstondig en hij en zij gingen aan de slag.
 
Tien minuten keek ik onbeschaamd naar het vogelen van twee tortelduiven. Daarna ging ik Mens erger je niet spelen, tot drie gelukkige zessen later mijn vrienden arriveerden en ik de rest van de namiddag meer aan mezelf dan aan een stel vogels dacht.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Frans krokant

 
De keuken ruikt naar nostalgie. Mijn mama bakt brood, "Boerenwit. En ik heb er ook wat Frans krokant bij gedaan." Ik weet niet wat het is met het bakschap van de Aveve, maar ooit moet een taalkunstenaar hoofd van de afdeling geweest zijn.
 
Er is uiteraard een correlatie. Frans-krokantbroden hebben een knapperige korst en wit zacht kruim, de bloem is geschikt voor baguettes en ciabatta's. Zoals in Frankrijk dus, op een goede morgen op vakantie. Ik vind Frans hier mooier als persoon. Dan spreekt het zo heerlijk. "Is Frans al krokant? - Neen, we laten 'm nog even in de oven bakken."
 
Krokante Frans is overigens niet de enige mooie naamgever in de bloem- en broodwereld. Aveve heeft nog een Jagersbrood en bij het oudste bakkertje van Gent, Himschoot op de Groentenmarkt, kan je een rogge verdomme bestellen. Op reis in Nord-Pas-de-Calais was de plaatselijke specialiteit une flûte de Louise. Hollandse ambachtelijke broden van Sint-Anna heten Zwarte Woud, Gelders Oer, Jungle, Nordic Walking en Savanne.
 
Voor de haastige broodshopper is duidelijkheid misschien belangrijker. Gelukkig bestaan er ook broden die All-in Bruin, Vezelwit en Tarwe heten. Die nemen minder een taalkundig blad voor de mond.

Voor Gambia

 
"Ik ga in oktober naar Gambia," zei de medestudente afgelopen dinsdag, in de les Etnografisch veldwerk. Ze heet Theresa en ze komt uit Middelburg. Het was koud en nat, we moesten een praktische oefening doen, wij waren partners. "Oh, waarom?" Reizen in Afrika is in onze richting altijd onderwerp van interesse. "Om er mee te werken aan een project voor gehandicapte kinderen en ouderen."
 
Nu hebben wij, zo nu en dan, onze bedenkingen bij grootschalig ontwikkelingswerk. Dat komt door de vakken, het kritisch zijn, de meningen van bepaalde proffen. Maar als we zien dat het goed zit, sja, dan zijn we ook echt opgetogen. Soms mailt Maaike, de secretaresse van de opleiding, over alweer een nieuw project op zoek naar vrijwilligers.
 
Theresa is, zo vertelde ze, vice-voorzitter van Stichting Boukarabou, een Nederlandse non-profitorganisatie die opvang biedt aan gehandicapte kinderen in Gambia. "Zoals in veel Afrikaanse landen heerst daar een taboe rond mindervaliditeit, waardoor de kinderen binnengehouden worden of in erbarmelijke omstandigheden leven. Boukarabou wil een huis bouwen op een groot stuk grond. Er zijn ook plannen voor een biologische bananenplantage en een schapenfarm, zodat het project zelfvoorzienend wordt en elders in het land soortgelijke ideeën kan financieren."
 
De opvang is in eerste instantie op kinderen gericht, maar in de toekomst komen er ook een health center, een naaiatelier en andere voorzieningen voor ouderen. Zo biedt de stichting primaire humanitaire hulp en stimuleert ze zelfredzaamheid. Ze bevordert ook de lokale economieën: onderwijs, jongerenwerk, biologische landbouw en meer.
 
 
Boukarabou werkt met een bestuur in Nederland en een in Gambia. In oktober reist een groep vrijwilligers per jeep naar Afrika om promotie te voeren. En Theresa, lieve stoere Theresa, gaat mee. Ik supporter met al mijn duimen.
Back to Top