Zomer

 
tweeëndertig graden, snelwegrestaurant.
de vrouwen aan de balustrade
kopen bruiswater in wegwerpbekers.
ze zweten om ter snelst een plas vol
en bedenken verhalen bij de voorbijgangers.
een auto puft de parkeerplaats op. 
het is opmerkelijk hoe mensen bij zonlicht 
hun voorhoofden in dezelfde fronsen plooien.

Fantoompijn

 
ik wist niet wat ik voelde. 
fantoompijnen, zei mijn lichaam
en het wou dat het twee mensen was.
dan konden we samen ademen 
en hoefde ik nooit meer andere armen te missen.

Fragment uit zwemgedachten

 
het water is ontroostbaar
omdat ik wens dat mijn lijf een broekpak was.
dat ik het aan een boom kon hangen,
mijn tenen achter de ene tak,
mijn armen zorgvuldig over een andere.
en ik dan keek hoe het daar wiebelde. 

Onzeker

 
mijn opklapbare werktafel
ontbreekt het door een fabricagefout aan evenwicht.
ik poetste de grond en vergat het stuk karton dat dient als steun
opnieuw onder de poot te steken.
de tafel is nu vreselijk wankel, er vallen stiften af.
ik weet soms ook niet hoe ik met beide benen in het leven moet staan.

Wind

 
er was zo veel wind dat ik mijn voeten 
het allerlichtst op de grond probeerde zetten
omdat ik dan hoopte dat ik zou wegwaaien
en dat me voor even een heerlijk gevoel lijkt.

Woensdagavond

 
als mensen zeggen "ik ben een beetje verliefd op je",
vraag ik me altijd af welk deel dat is en of ik dan
liever zou hebben dat er van mij gehouden wordt
met tenen, armen of rode bloedcellen.
Back to Top