Boterhammen

Ik heb gisteren twee boterhammen gegeten, een bruine en een witte.
Ik heb er boter op gesmeerd en er kaas op gelegd, harde,
van die kaas die je kan breken als je de schel ver genoeg plooit.
Kaas plooien is voor viespeuken, zei mijn moeder,
omdat je er dan vingerafdrukken in duwt.
Sindsdien ben ik bang om mijn DNA achter te laten.
 
Ik heb de witte boterham als laatste opgegeten, en de bruine als eerste.
Ik heb de graantjes uit de bruine boterham geplukt
en die in een rijtje op mijn bord gelegd, van kleiner naar groter.
Het waren er zeven.
Ze vormden een zebrapad voor overstekende bacteriën.
 
Ik heb gedacht aan alle mensen die op dat moment ook boterhammen aten.
Ik heb me afgevraagd waarom sommige mensen links
en andere mensen rechts de eerste hap nemen.
Ik wilde weten hoeveel woorden er voor brood bestaan,
en hoeveel procent van de bevolking haar mes aan de bovenkant afsmeert.
 
 
Vroeger hield ik het meest van de gaten in kaas,
alsof ik dacht dat leegte beter smaakte.
Maar nu wil ik weten hoe het is om opgevuld te worden.


Back to Top