Watermeloen

Ik heb onder mijn wasgoed geslapen.
Het waren broeken, t-shirts, de eerste wintertruien.
Ze roken naar watermeloen.
 
Ze dwongen mijn buik om te voelen hoe ik ademhaalde.
Ik duwde alle lucht naar mijn navel
en probeerde een kous van de stapel te ademen.
Het waren broeken, t-shirts, de eerste wintertruien.
 
Ik had de plooien nog niet gladgestreken.
Ze leken op littekens, van textiel.
Ik krijg ook littekens als ik rond gezwierd word.
In de kreukels probeerde ik vormen te herkennen.
 
Ik heb onder mijn wasgoed geslapen.
Het waren broeken, t-shirts, de eerste wintertruien.
Ze roken naar watermeloen.
Al mijn huidschilfers waren verdwenen.
 
Een man keek door het raam
en dacht dat ik niet bestond.
Ik heb onder mijn wasgoed geslapen
omdat ik een fort op mijn lichaam wilde voelen.
 
 
Voor Karolien S.

 

Back to Top