Boterhammen II

Ik ben geboren in een stad met bronzen klokken.
Ze werden bespeeld door een beiaardier
die zijn vuisten op lange stokken sloeg.
Ik vroeg Waarom doe je dat.
Hij zei Om gehoord te worden.
Les één: met je vuisten slaan.
 
Later werd ik klokkenluider.
Ik sprong naar een touw dat zwaar was
om met mijn lichaam alarm te slaan.
Les twee: je gewicht in de strijd gooien.
 
De kasseien binnenstad leek op honingraten.
Haar inwoners zoemden over de markt.
Ik zoemde niet.
Mijn vleugels gebruikte ik alleen om weg te kunnen.
Les drie: escapisme.
 
Op school lazen we magazines die de weg wezen.
Modellen werden voor ons uitgerold als rode lopers.
Dieetreclames namen alle plaats in.
We moesten bol staan van zelfvertrouwen
door aan de lijn te doen.
Les vier: transparantie.
 
Ik ken nog alle ramen waarin ik mezelf weerspiegeld zag,
en benijd de slanke schaduw die mij volgde.
Ik weet nog waar ik mijn boterhammen verkruimelde
en van welke bruggen ik naar de auto’s keek.
Les vijf: uitsterven.
 
Ik verdwaalde in een stad die veranderde.
Werd een archeoloog op zoek naar de basis.
In de Franse les leerde ik dat de toekomst simpel kan zijn.
Ik had geen hulpwerkwoord nodig om mezelf te vervoegen.
Les zes: loslaten.
 
 
(voor Jozefien V. H.)

 

Back to Top