Witloof

Een jongen verzamelde parkietenvleugels.
Hij knipte er een stuk af
en bewaarde ze in een plastieken doosje.
Als hij het doosje in de lucht hield en ermee schudde,
vielen de zwaarste vleugels naar de bodem.
Dat waren die van de valkparkieten.
 
De mooiste vleugels waren blauw.
Hij had ook gele, groene, witte en alles daartussen.
De linker- en de rechtervleugels zaten door elkaar.
We speelden memory om alle paren te vinden.
Hij won altijd.
 
Het is moeilijk om vogels te kortwieken.
Je moet ervoor zorgen dat de vogel in evenwicht blijft.
Je moet aan de linkerkant en aan de rechterkant
precies evenveel vleugel weghalen
en je mag de vleugels niet te kort knippen
omdat de parkiet dan voorover valt als hij van een tak springt.
 
Sommige vleugels hadden bloed op de veren.
Dan zocht ik in de kooi naar de vogel
die gehandicapt was geworden,
en vroeg ik me af of hij nog iemand vertrouwde.
Dan zei: ik Ik weet niet hoe het is om te vliegen,
ik weet alleen hoe het is om niet te kunnen vliegen.
Vleugellam de wereld in willen.
Gevangen zitten in je lichaam.
Afgestompt zijn.
 
Enkele vogels waren blij zonder vleugels.
Die pikten graantjes zoals kippen
en hielden hardloopwedstrijden rond de etensbak.
Ik gaf witloof aan de winnaar.
Valkparkieten lijken op witloof met een kuifje.
Ze worden geboren in een donker nest, zonder daglicht,
zoals de teelt van witloofstronken.
De vrouwtjes hebben zwarte randen op hun staartveren,
alsof ze altijd aan het rouwen zijn.
 
De jongen kon de vleugels openspreiden.
In de zomer gebruikte hij ze als waaiers.
Hij wuifde zichzelf koelte toe
en zong betraand over dingen die ontbreken.

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

Back to Top