Marleen

 
Dag mijne schat. (...) Zeg mij eerst eens hoe het met u gaat. (...) En in de namiddag heb ik dan wat geslapen, er is toch niemand die dat ziet, want gisteren was ik pas om kwart na drie gaan slapen. Ja, ik begin altijd veel te laat naar de televisie te kijken, en dan was er een schone film, en ja, dan blijft ge plakken. (...) Awel, als ik mijn autootje mag hebben dan kom ik naar u gereden, maar eerst ga ik wat oefenen hier in de straten, want het is ik weet niet hoe lang geleden dat ik met de auto gereden heb. (...) Ik rijd dus nog altijd met mijne rollator rond, en gisteren ging ik boodschappen doen, maar ik had veel te veel gekocht, en ik leg dat dan in mijn mandje en aan de zijkanten nog een grote zak, maar dat was heel zwaar om te duwen. Afijn, uiteindelijk ben ik dan toch thuis geraakt. (...) Ik weet niet wat er tussen ons gebeurd is, maar er is zo een klik en ik mis u, ik mis u, ik mis u, en uw knuffels en kusjes. Dus ik zat nu op mijn terras, ge moest eens zien hoe schoon dat is met al mijn bloemekes en de zon daarop, en Dirk staat dan naast mij. Ja, ik denk soms: wat zouden de mensen denken als ze mij zien, maar ja, ge kent mij he. Als ik mij niet goed voel dan zeg ik "Awel ventje, zegt gij het eens." Nee, mijnen Dirk is niet weg, ge weet dat. Awel, maar ik zat dus op mijn terras, ik heb trouwens besloten om alleen nog op mijn terras te roken, en ik rook ook vele vele minder. En ik moest dus aan u denken en dan dacht ik: ik wil haar toch eens horen, en ik ben heel blij dat ik u gehoord heb. Maar ik vind het toch erg dat ge zo moe bent, want ge bent nog zo jong en dan zou dat allemaal niet mogen. Maar Tieneke, ik ga u niet moe maken, want ge weet dat ik een babbelgat ben. Ik ben blij dat ik u gehoord heb en ik zie u graag, m'n kind. Maar Tieneke, ge moet mij één ding beloven met uw handje op hartje, en dat is dat ge goed voor uzelf zorgt. Allee, ik zie u snel, dag mijne lieve schat.
(Marleen, aan de telefoon, 10/5/2018)

 

Back to Top