De tijd

 
het gaat te snel; de tijd en opgroeien en groter worden en al.
gisteren nog wilde ik in de supermarkt
met mijn boodschappenkar door de gangen koersen
en roepen dat de grond water was
zodat alle klanten en rekkenvullers
op het fruit in de kar zouden springen
en ik iedereen van een gewisse dood had gered.
ik deed dat maar niet.
 
maar hij was er, de drang; hij was er.
Back to Top