Iets over de mist

 
het is ochtend en de mist omarmt ons.
een man wil uitstappen als de trein stopt.
kijk uit! roep ik, of je valt de wereld in.
we kunnen de grond naast ons niet meer zien.
of hij wel weet dat we door de wolken rijden.
 
de wind zuigt de mensen naar elkaar.
we proppen samen en worden een doos gedachten.
er is geen weg, die is er nooit geweest.
onze zorgen ontwaken, ze strekken zich uit.
 
een vrouw vindt dat het nacht is.
een man kijkt.
hij ziet zo weinig dat het alles wordt.
dat de wereld een warboel is, zegt iemand
maar zelfs daar zijn we niet zeker van.
laten we gewoon bestaan, besluiten we.
 
ik vraag de machinist waar hij heen rijdt.
we herkauwen het antwoord, onze monden gevuld met stilte.
we moeten de oplossing in de leegte zoeken.
we zijn potloodlijnen op een wit papier
en we kennen onze contouren niet.
 
dat is alles wat we weten.
Back to Top