Het sneeuwt

 
het sneeuwt.
een winterkoninkje trippelt over een dunne tak,
glijdt uit, wappert langs links en langs rechts,
vindt een evenwicht, ademt.
als hij fluit,
gaat de onderkant van zijn snavel op en neer
en trilt zijn buik ritmisch mee.
de sneeuw legt een witte kroon op zijn kopje.
 
het sneeuwt.
de kale takken van een appelboom lijken op grote klauwen.
ze grijpen de lucht met gekrulde vingers
alsof ze krampachtig bevroren zijn.
ze buigen niet.
de kleur van de winter is onveranderlijk.
 
het sneeuwt.
op de televisie fladdert de wind over de golven van de zee.
de weerman zegt dat alles gevaarlijk is
en ik vraag me af hoe alles eruit ziet.
gisteren hoorde ik op het nieuws
dat er een egel is doodgevroren
terwijl hij aan het slaapwandelen was.
 
het sneeuwt.
alles is wit.
ik heb nog nooit zoveel soorten wit bij elkaar gezien.
er is een struik waarvan de twijgen te dun zijn
om de sneeuwvlokken te dragen.
hun gele bladeren hangen trots naar beneden.
 
het sneeuwt.
de neus van een sneeuwman
is een fel oranje boei in het verdronken landschap.
er hangt een ijspegel aan; het lijkt of hij een verkoudheid heeft.
mensen worden meestal ziek als er geen warmte is.
 
het sneeuwt.
mijn buurvrouw brak ooit haar heup
toen ze op het voetpad schaatste.
ze kreeg een prothese en zei dat het haar geheime wapen was.
elke ochtend wankelde ze naar de voordeur
om een buiging voor de postbode te maken.
ik wil me niet voorstellen hoe het voelt
om uit plastiek te bestaan.
 
 
 
 



Back to Top