Een huis met veren

 
ik zit in de wachtkamer van de hulpverlener.
de zetel is zacht, van stof, gebroken wit.
ik schud mijn rugzak uit om een verloren bankkaart te vinden,
maar het enige wat valt zijn kruimels.
ze blijven liggen, ze kleven verscheurd op de grond.
ik denk aan de kruimels van de verhalen die ik straks zal brengen,
hoe versnipperd ik me soms voel.
aan een tafel staan witte stoelen, witter dan de zetel.
op de plaats waar vroeger een tweede zetel stond,
blaast nu een grijs verwarmingstoestel.
 
het is winter.
 
buiten vroor mijn huid kapot.
 
in de hoek van de gebroken zetel ligt een kussen met een vogel erop.
een roodborstje, denk ik, maar nu ik beter kijk heeft hij alleen een rode buik.
en ik twijfel, zoals ik zo vaak twijfel voordat ik iets zeker weet.
“per via aerea” staat onderaan, alsof het een Latijnse naam is.
ik schrijf op dat ik wil vragen of het een betekenis heeft,
een vogelsoort in de wachtkamer.
 
hoe gaat het met je, vraagt zij.
 
en ik weet niet wat ik moet zeggen.
 
kan je aan vogels zoals aan mensen zien waar de borst eindigt en de buik begint?
 
mijn buik begint tussen mijn ribben.
als ik zenuwachtig ben, kruis ik mijn armen om mijn middel
om er zeker van te zijn dat ik besta.
ik druk in mijn huid en wou dat mijn lichaam van plasticine was,
en dat als ik maar hard genoeg zou kneden, ik het kon vormen zoals ik dat wilde.
 
het gaat goed, denk ik. ik weet het niet.
 
als mensen vragen hoe het met me gaat, krijg ik daar altijd zoveel stress van.
dan heb ik het gevoel dat ik een samenvatting moet geven en weet ik niet of ik moet beginnen
met wat wel gaat of wat niet of wat een beetje en dus maar alles door elkaar vertel
en de persoon die gevraagd had hoe het ging niet weet of hij of zij nu moet besluiten
of het dan wel of niet goed met me gaat
en als ik dan uiteindelijk zeg dat het zo of zo gaat
vergeet ik soms iets of voel ik een seconde later al iets anders
en heb ik spijt dat ik niet verteld heb dat het toch ook zo gaat
en wil ik dat ik de vraag opnieuw mag beantwoorden
omdat ik me niet onbegrepen wil voelen
door de persoon die gevraagd had hoe met me ging.
 
gelukkig is zij daar beter in.
 
je hoeft nog niet te vliegen, zegt ze.
we fladderen en springen van hak naar tak om in beweging te blijven.
misschien is het wel zo, dat vogelvlucht maar saai
en kronkelen een rijkere manier van leven is.
ze neemt een blad, slaat het om, noteert de datum van vandaag in de linkerbovenhoek
(dat denk ik, maar ik ben er niet zeker van, want ze kruist haar benen
en schrijft op haar bovenste knie, een beetje schuin,
waardoor ik niet kan zien wat ze precies aan het schrijven is.
maar dat vind ik niet erg, want ik vertrouw haar en ik voel me veilig.)
 
ik herinner me dat ik verhuisd ben, hoe ik dat kon vergeten.
ik zeg het en ik denk dat mijn ogen stralen, ik voel het.
we spreken af dat ik er een nest van maak,
en dat ik een mooie eettafel zoek om stappen op te zetten,
dan lijkt het een beetje op dansen.
 
op de terugweg begin ik vanzelf te fluiten.
 
 
 
 
 
Back to Top