Vijf zintuigen

 
1. 
een potje kinderkwark is zo klein
dat een soeplepel aan een grote schep voldoende heeft.
net daarom hield ik er vroeger zo van, denk ik.
omdat ik wist dat ik koffielepels en minihapjes nodig had
en volwassen zijn nog onnoemelijk ver weg leek.
 
2. 
het fijne aan regenbuien is het plenzen van de druppels,
en vooral het terugspringen wanneer ze de grond raken
en bijna besluiten weer omhoog te vallen.
ik wou dat mensen ook zo vielen.
misschien doen ze dat wel.
 
3. 
een man botst tegen een lantaarnpaal
om te leren hoe mensen elkaar toevallig tegen het lijf lopen.
zijn sleutelbeen wordt blauw en hij denkt dat dat zo hoort.
op de grond groeit mos tussen de stenen.
een vrouw zegt dat liefde niet zonder verkleuren kan.
 
4.
het ruikt naar bosbessen uit de tuin
en frisse plekken gecomposteerde aarde.
je vraagt of het begin van de wereld ook die geur had
en ik denk het wel, maar ik zeg het niet. 
 
5. 
in mijn hoofd klinkt het geluid van gemiste kansen.
ze verscheuren mijn zenuwcellen
en laten een oorverdovende leegte achter
waar herinneringen als vossenjongen
opgerold in slaap vallen.
 
 
 
Back to Top