Op bestelling

 
wat voorafging:
we hebben met ons collectief een poëziefestival georganiseerd
en we hadden een tent waar mensen zoals fastfood
gedichten op bestelling konden plaatsen en ik deed de avondshift
en toen kwam Maud Vanhauwaert omdat zij daar ook was
en ze vroeg iets over cheddar, wind en rabarber
en ik probeerde heel casual te doen
alsof ik wist wat dat was
en ik kroop in de grond
en begon daar dan maar te schrijven
en ik doorstreepte en ik liep er een rondje
en toen penden de anderen iets neer
omdat de tent al daverde van mijn trillingen
en ik liep nog een rondje
en ik ging omgekeerd op een stoel zitten
en schreef verder en dan was mijn gedicht klaar
en plaste ik ongeveer in mijn broek
en durfde ik het daarom eigenlijk niet afgeven
maar toen moest ik wel omdat niemand anders het deed
en dus kon ik bijna mijn mond niet opentrekken
en zei of fluisterde ik alleen maar ja
toen ze vroeg of ik dan Kristien Spooren was
(mijn naam stond eronder dus er is geen andere reden).
 
 
het gedicht in kwestie:
er zijn mensen die gesmolten kaas
het mooiste symbool voor tijdelijkheid vinden.
een kind naast een boodschappenkar
trapt tegen een blokje cheddar
alsof het een kiezelsteentje is.
een vrouw drie meter verder wandelt het kapot
tot twee oranje vlekken die zoals oude liefdes
aan de zolen van haar schoenen blijven kleven.
dat het leven verder gaat, zei iemand
toen ze de tijd naar buiten wilde jagen.
op de kassaband rollen de producten even automatisch verder.
200 gram rabarbermoes schuift van een wankele stapel avocado's
en valt tegen het beurtbalkje van de man voor haar.
het spijt me, zegt ze want de ruimte van haar sociale angst
duwt minstens even hard tegen het latje.
er is te weinig lucht om van te ademen.
buiten op de parking vergeet ook de zomer dat er wind moet zijn.
de vrouw slentert in stukken naar haar plooifiets.
de kaas onder haar schoen heeft niets meer te zeggen.
 
 
 
 
Back to Top