Herinrichting

 
1.
ik heb mijn bureau voor het raam gezet. 
ik kan nu nog beter naar buiten staren en nietsdoen.
het zesde verdiep kijkt uit over de parking van de Aldi. 
als mensen inkopen doen, maken de karretjes lawaai. 
het zorgt voor een vreemdsoortige rustgevendheid. 
 
2.
ik heb een zetel gevonden in de weggeefhoek. 
hij kon alleen in de lift als ik erop ging zitten. 
in het midden zakt hij in; je moet er een beetje over wrijven. 
ik heb nog nooit een zetel ontmoet die zo goed bij me past.
 
3.
er ligt een grote zachte bruine beer op het bed.
die kreeg ik toen ik voor het eerst ging babysitten.
ik was veertien en het gezin ruimde de zolder op.
nu droom ik van grizzly's als ik verdrietig ben.
 
4.
het is eindeloos intrigerend om naar regendruppels te kijken
wanneer ze nog niet op de grond zijn gevallen. 
dat is het voordeel van een kamer op het zesde verdiep.
toen de weerman mist voorspelde na een winterstorm,
leek het alsof ik in de wolken woonde. 
 
 
Back to Top