Huiszitten

 
1.
ik ben aan het huiszitten.
ik zorg voor de katten en de planten en
als ik wakker word, strek ik mijn benen omhoog.
daarna leg ik de lakens open zodat het bed kan verluchten.
ik hou meer van mijn benen als ik ze omhoog strek,
dus ik blijf tien minuten liggen om ernaar te kijken.
er kloppen regendruppels op het raam; die klinken het mooist in de zomer. 
mensen zouden veel gelukkiger zijn als ze wat vaker
met hun benen in de lucht naar de regen luisterden.
 
2.
Pax heeft een krulstaart. 
ik heb haar gisteren een hij genoemd.
ik heb me al vijf keer verontschuldigd
en vanochtend leek ze me te hebben vergeven
want ze kroop in de holte van mijn schoot 
terwijl ik frambozen aan het eten was. 
ik heb haar voor de zekerheid verteld
dat ik ook overtuigd feministisch ben
en ze miauwde en spinde instemmend.
we hebben samen naar Orphan Black gekeken.
 
3.
er liggen Marseille-zeepjes op de tafel.
ik hou oneindig veel van blokken zeep 
omdat je ze tegen je neus kan duwen
en de geur dan tot in je hersenen kringelt. 
douchegels zijn gemaakt voor doelmatigheid;
ze vragen weinig inspanning en hoeven geen bakje.
maar er is iets kalmerends aan een washandje inzepen
omdat je moet wachten tot het stuk Marseille schuimt 
en de hele badkamer naar passievrucht ruikt.
dat wil ik nooit vergeten.
 
4.
ik moet bananen en champignons gaan kopen. 
het lijkt een beetje op vakantie want ik zoek de weg.
in de langste straat rijdt een bebaarde man het gras af; 
hij doet het in een ovalen patroon rond een vrouwbeeld. 
de postbode draagt een polo en een H&M-bermuda.
ik ben verward want ik dacht dat postbodes een uniform hadden
maar ik kan me geen andere herinneren dus ik weet het nog steeds niet. 
in de winkel wacht ik tot de buurt me ontmaskert als vreemdeling.
het gebeurt niet. 
 
5.
het zoemen van vliegen klinkt anders 
wanneer ze zich in een holle ruimte bevinden. 
ik drink thee en maak twee staartjes terwijl de wasmachine draait.
ik ben nog nooit zo geslaagd geweest in volwassen zijn. 

 

 
 
Back to Top