Het is nog maar een werkvertaling

 
het gaat niet goed met het gezin.
 
ik laat het water stromen op het lichaam
dat ik zo lang niet heb willen kennen,
duw de laatste rest macadamiamelk
uit de fles die zij me ooit gegeven heeft,
kijk hoe de witte zeep op mijn handen glijdt, bezonken,
een bijna doorzichtig idee van te lang niet gebruikt.
er stromen tranen over mijn gezicht
omdat ik me de geur van familie herinner.
 
er zijn mensen die zeggen
dat je gewoon moet stoppen met voelen.
 
ik wikkel mijn lichaam in lagen van schuim,
ga zitten, denk aan alles wat we deelden en hoe ik nu
het gevoel heb dat ik een rekensom moet maken.
ik wilde nochtans uitleggen dat ik gelukkig ben.
of iemand me ooit al gezegd heeft
hoe mooi mijn ogen zijn als ik vertel.
ze stralen, stuurde ze
en dat ik harmonieus ben, zoals Gent
en de leien en wandelingen laat op de avond
als je samen de tram hebt gemist.
ik straal alleen in het juiste gezelschap.
 
moeders zijn mede mogelijk gemaakt door peperkoek.
hoe ze altijd sneetjes zonder parelsuiker wou
en wij die eraf plukten en een pot gewone thee zetten,
een afgestreken lepeltje citroen en twee zoetjes
terwijl ze haar pyjama aandeed.
 
het warme water doet de vlekken op mijn dijen
nog meer op giraffen lijken. ik masseer mijn
natte haren die straks naar honing zullen ruiken,
nog twee minuten. ik ben de enige die blond is.
de stralen storten genadeloos neer.
ze maken het geluid van watervallen
en spoelen goedbedoelde raden van me af.
 
het is opmerkelijk hoe mensen
soms niet meer in de tijd geloven.
 
iedere lente werkten we in de tuin en
iedere lente vroeg ik haar iets over floxen
omdat ze dan zei dat dat de lievelingsbloemen
van oma waren en ze een beetje durfde verwelken.
we wiedden onkruid alsof het vaders waren,
keken of ik al in bloei stond en hoe ik later
alleen nog in de diepte groeide.
 
ik wrijf mijn hoofdhuid in cirkelredeneringen.
terwijl ik denk aan die keren dat hij afwaste,
zal zij opstaan, haar perfecte rol aantrekken,
de dag begroeten en altijd verder gaan.
 
als je naakt je knieën optrekt, je armen om je benen slaat
en heel diep inademt, lijkt het alsof je geknuffeld wordt.
 
ik ben niet goed in breken.
 
 

Mensen vragen hoe het met me gaat

 
mensen vragen hoe het met me gaat.
ik vind dat altijd zo stresserend.
dan krijg ik het gevoel dat ik een samenvatting
moet geven en weet ik niet of ik moet beginnen
met wat wel gaat of wat niet of wat een beetje
 
en dus maar alles door elkaar vertel en de persoon
die gevraagd had hoe het ging niet weet
of hij of zij nu moet besluiten of het dan wel
of niet goed met me gaat.
 
en als ik dan uiteindelijk zeg dat het zo of zo gaat
 
vergeet ik soms iets of voel ik een seconde
later al iets helemaal anders en heb ik spijt dat
ik niet verteld heb dat het toch ook zo gaat
 
en ik wil dat ik de vraag opnieuw
mag beantwoorden
omdat ik me niet onbegrepen wil voelen door
de persoon die gevraagd had hoe het met me ging.
 
maar daar is meestal de tijd niet voor.

Een traan

 
als een traan op een gsm-scherm valt,
blijft ze daar rondborstig liggen.
alsof de letters die je wil typen
niet anders kunnen dan vervormen tot klemtonen
waarvan je nog niet weet waarom ze nodig zijn.
een beetje zoals dingen voelen,
dat wordt ook hoogstens achteraf begrepen.
 

Rommel

 
we moeten het even over de rommel hebben.
er staan kasten in de weg van oude levens
en gedachten die niet meer van ons zijn.
we legden knopen in de veters van onze schoenen
om niet te vergeten dat we onderweg waren.
ik ben onverdeeld het noorden kwijt, zei je.
we liggen al belachelijk lang te bestoffen.

Weerloos

 
ik ga even doen alsof ik het allemaal
wel kan, zei ze. ze strekte haar tenen,
groette de dingen, verdronk haar gedachten
in de koffie van een ander,
viel niet in stukken uiteen
en deed de deur achter zich dicht.
het kostte haar zichtbaar veel moeite.

We lopen uit de hand

 
we lopen uit de hand, zeg ik.
ja, zeg jij. zoals een ijsje in de zon.
we druppen op de grond in plakkerige bollen
en smelten tussen de straatstenen.
een hond loopt langs, hij snuffelt.
een kind zeurt om pistache met nootjes.
wij liggen af en toe te verdwijnen.
het is een klevende gedachte.
Back to Top